Arts Soo Aleman over corona in Zweden

De Zweedse arts Soo Aleman vertelt in deze video dat de mensen die in Zweden zijn overleden in de verpleeghuizen, al voor de komst van corona extreem zwak waren.

Ze vertelt hoe T-cellen geïnfecteerde cellen (die het virus gekaapt heeft om zich te vermenigvuldigen) vernietigen en hoe antilichamen het virus rechtstreeks aanvallen. Als ik het goed onthouden heb, heeft zo’n 10% van de mensen antilichaam-immuniteit en nog eens 20% T-cel-immuniteit.

Deze arts, hoe hooggeleerd en gemotiveerd ook, kan niet goed verklaren waarom de coronabesmettingen gedaald zijn ondanks vele testen, onvolledige immuniteit en mensen die zich veel minder strikt aan de gedragsregels houden.

Het antwoord is simpel: corona vertoont een seizoenspatroon waarbij het op het noordelijk halfrond gedijt tussen december en april. Het heeft het moeilijk met hoge temperaturen en hoge luchtvochtigheid. Het virus overleeft dan korter, kan zich moeilijker verplaatsen en is minder virulent (d.w.z. het richt minder schade aan in de gastheer).

Als het mooi weer is, gaan mensen vaker en langer naar buiten. Daar maakt intens zonlicht het virus kapot en verwaait het virus in de lucht. Zonlicht op de huid zorgt voor vitamine D in het bloed waardoor het immuunsysteem beter werkt. Hogere luchtvochtigheid zorgt ervoor dat onze slijmvliezen, oftewel het menselijk luchtfilter, beter functioneren.

Het is niet zo dat je buiten het griepseizoen niet besmet kunt raken met corona. Als iemand bijvoorbeeld van dichtbij in je gezicht niest, doet het er niks toe wat de temperatuur, luchtvochtigheid en zonintensiteit zijn.

Het is ook niet zo dat steeds hogere temperaturen de besmettingskans steeds verder doen afnemen. Als het 25°C is gaan mensen lekker naar buiten, maar als het 40°C is blijven ze binnen, omdat het buiten niet uit te houden is. Als het regenseizoen is in de tropen, zijn mensen ook vaker binnen.

Merk op dat het gaat om het MICROklimaat, niet het MACROklimaat. Als je in een droge koelcel bent, zoals bijvoorbeeld in de vleesverwerkende industrie, doet het er niks toe wat voor weer het buiten is. Dit geldt in zekere zin voor alle slecht geventileerde binnenruimten waar de airco aan staat.

Alweer corona superspreading in een slachthuis

Onlangs bleken maar liefst 1550 personeelsleden van slachthuis Tönnies Fleisch in Gütersloh (Duitsland) met corona besmet te zijn. Het Duitse Tagesschau rapporteerde er hier en hier over. Met 1550 besmettingen kan je met recht spreken over superspreading.

Dit is wereldwijd de zoveelste uitbraak in de vleesverwerkende industrie sinds de maatregelen actief zijn.

Volgens het RIVM moet de oorzaak gezocht worden bij de gebrekkige huisvesting en transport van de arbeidsmigranten (en gebrek aan physical distancing tijdens het werk). Vooral de huisvesting lijkt op zijn zachtst gezegd te wensen over te laten, maar er zijn toch vast wel meer bedrijfstakken waar arbeidsmigranten onder vergelijkbare omstandigheden gehuisvest en vervoerd worden. Denk aan de bouw en land- en tuinbouw. Waarom zijn de uitbraken daar dan niet?

Als het hoofdzakelijk aan huisvesting en transport lag, zouden de besmettingen gelijkmatig verdeeld moeten zijn onder de arbeidsmigranten. Maar personeel van de snijafdeling blijkt buitenproportioneel vaak besmet.

Het ligt in ieder geval niet aan hygiëne van handen of oppervlakken, want dat zit in de voedingsmiddelenindustrie wel snor.

Hieronder de factoren (superspread condities) die ik tot dusverre heb kunnen vinden welke samen een besmettelijke cocktail vormen:

  • De mensen werken dicht op elkaar.
  • Het is lawaaierig zodat je hard moet praten of zelfs moet schreeuwen om je verstaanbaar te maken. Daarbij komen meer druppeltjes vrij.
  • Het is zwaar lichamelijk werk. Daardoor adem je meer en harder uit en stoot je meer virusdruppeltjes uit. Je ademt ook meer en harder in, waardoor meer virussen dieper de longen in worden gezogen.
  • De lucht is koud (6-10°C) om te zorgen dat het vlees niet bederft. SARS-CoV-2 (‘corona’) blijkt het langst te overleven bij temperaturen onder 10°C.
  • De lucht wordt gedroogd om salmonella tegen te gaan. Daardoor verdampt vocht uit druppels waardoor ze kleiner en lichter worden. Hun baan wordt dan hoofdzakelijk bepaald door luchtstromingen in plaats van door de zwaartekracht. Ook beschermen onze slijmvliezen, die een belangrijk deel uitmaken van ons immuunsysteem, minder goed bij een lage luchtvochtigheid.
  • Er is weinig aanvoer van verse lucht, want het kost veel energie en koelcapaciteit om al die verse lucht te koelen.
  • Lucht wordt niet gedesinfecteerd. Het is binnen, dus er is geen natuurlijk desinfectie van zonlicht om het virus te doden. Er is ook geen kunstmatige desinfectie, want de lucht wordt niet gefilterd en virussen worden niet onschadelijk gemaakt met UV-licht. Actief virus stapelt zich dus steeds meer op in de lucht.
  • De besmette lucht wordt gekoeld, gedroogd en daarna weer terug gepompt, waardoor virusdeeltjes zich over de hele hal verspreiden. Beam me up, Scotty. Ook personeelsleden die zich vele malen verder dan anderhalve meter van een besmettelijk persoon bevinden, kunnen zo besmet raken.
  • Personeel brengt veel tijd door in deze besmette omgeving. (Het is net ongebruikelijk dat personeel 12 tot 13 uur per dag werkt.) In al die uren en dagen ademen ze voldoende virus in om ziek te worden.
  • Het kan zijn dat personeel druk ervaart om toch te gaat werken terwijl ze symptomen hebben. Los daarvan kunnen ze ook besmettelijk zijn terwijl ze (nog) geen symptomen hebben.

Bovengenoemde condities leiden op zichzelf niet tot besmettingen leiden. Er moeten wel besmettelijke mensen aanwezig zijn. Als het immuunsysteem van aanwezigen verzwakt is, is de besmettingskans ook groter.

Waarom doet het personeel niet gewoon mondkapjes op? Dat zou de verspreiding van het virus namelijk wel heel goed remmen. Het antwoord is dat het inspannende werk het onpraktisch maakt om een mondkapje te dragen, omdat je daarin minder makkelijk ademt. Maskers waardoor je makkelijker kan ademen kunnen een oplossing zijn, zelfs als ze virussen wat minder effectief tegenhouden.

Update 28 juli 2020: Onderstaande video bevestigt de zeer gebrekkige leef-, transport- en arbeidsomstandigheden van het personeel bij Tönnies. Het is wat mij betreft nu ruimschoots bewezen dat de cocktail aan werkomstandigheden die ik hierboven beschrijf (en die nogmaals bevestigd worden in dit artikel van afgelopen week) nog erger gemaakt wordt met de leef- en transportomstandigheden die ontkenners van airborne transmissie tot noch toe steeds aan hebben gegrepen om alle besmettingen te verklaren.