Bijgewerkte statistieken CDC tonen geringe sterftekans corona

Het CDC heeft sinds 10 september een bijgewerkte beste schatting van de sterftekans bij een corona besmetting. Onder de 50 jaar is de sterftekans “zo goed als nul”, zoals prof. Carl Heneghan ook al zei. Zelfs in de leeftijdscategorie 70+ overleeft bijna 95% van de mensen. Volgens prof. Karl Sikora was de gemiddelde leeftijd van een coronadode in Engeland 82 jaar, terwijl de gemiddelde levensverwachting 82,3 jaar is.

Bron (zie Tabel 1, kolom ‘Scenario 5’, rij ‘Infection Fatality Rate’)

Het gevaar van een virus meten we niet alleen aan de sterfte, maar ook aan ernstige ziekte. Epidemioloog en arts met 30 jaar ervaring David L. Katz heeft zorgvuldig gezocht en komt tot de conclusie dat ernstige ziekte door corona statistisch gezien niet vaker of erger is dan bij andere luchtwegvirussen.

Volgens dr. Michael Hochman is het gebruikelijk dat mensen die een ernstige ziekte doorgemaakt hebben, maanden moeten herstellen. Dit gebeurt ook bij een zware griep en het herstel is meestal volledig.

Wat deze gegevens m.i. (nogmaals) aantonen is dat het gevaar van het coronavirus zwaar overschat wordt.

Het toekomstige gevaar van corona

Wereldwijd is zo’n 45% van de sterfgevallen in de ouderenzorg. In Nederland liepen in maart en april nog heel veel medewerkers in de ouderenzorg zonder mondkapjes en gelaatsschermen rond. Dit heeft niet alleen geleid tot zeer hoge sterfte onder bewoners, maar ook tot ziekte en (bij hoge uitzondering) sterfte onder het personeel.

Dit probleem lijkt inmiddels opgelost. Ook zijn de behandelprotocollen en medicijnen in de ziekenhuizen inmiddels fors verbeterd. Het lijkt mij dat alleen al de combinatie van deze twee factoren tot 50% vermindering van de toekomstige coronasterfte zal leiden.

Voeg daar nog een hele serie doeltreffende en doelmatige maatregelen aan toe, en de genoemde vermindering van niet alleen sterfte maar ook (ernstige) ziekte moet met groot gemak haalbaar zijn. (Mijn voorgestelde aanpassingen staan samengevat in het plaatje.)

Starre beleidsmakers

Het grote probleem is dat de beleidsmakers weinig tot niks doen met tenminste de helft van de genoemde maatregelen. Zo wijst bijvoorbeeld alles bij de uitbraak in het verzorgingshuis in Maassluis erop dat het virus zich door de lucht verspreid heeft, maar de GGD blijft dat maar ontkennen. In het rapport staat expliciet dat de betrokken microbiologen (waaronder Peter de Man) het oneens zijn met de getrokken conclusies: “[Franciscus Gasthuis en Vlietland] onderschrijft de samenhang van de bevindingen en de conclusies uit dit uitbraakrapport niet.”

Het allerbeste dat je m.i. kunt zeggen over de huidige set maatregelen is dat ze onvolledig zijn. Volgens epidemioloog en kinderarts Patricia Bruijning is het grootste risico als mensen “langdurig dicht bij elkaar zitten in de slecht geventileerde binnenruimtes“. Maar waar wordt “ventilatie”, “langdurig” en “binnenruimte” genoemd in de basismaatregelen?

Mijn hoop voor de coronadiscussie

Ik spreek bij deze de hoop uit dat de verschillende kampen in de coronadiscussie voortaan samen vechten vóór niet zozeer een strenger of minder streng beleid, maar een beter beleid dat meer oplevert en minder kost (in de breedste zin van het woord).

Als dat lukt komt er geen noemenswaardige tweede golf van corona ziekte en sterfte, en ook geen noemenswaardige golf van alle andere luchtweginfecties (zoals ieder griepseizoen het geval is).

Dr. Patricia Bruijning: overdracht corona vooral via besmette lucht; testbeleid toont besmettelijkheid slecht aan

Kinderarts-epidemioloog Patricia Bruijning (UMC Utrecht) was gisteravond te gast in De Avondetappe.

Samenvatting

  • De overdracht van corona vindt vooral plaats via besmette lucht. Binnen is het heel veel gevaarlijker dan buiten.
  • Het huidige corona testbeleid in de Tour de France (en ook in Nederland) toont heel slecht besmettelijkheid aan, terwijl dat juist het doel is. De gebruikte test is niet bedoeld voor dit doel en staat veel te gevoelig afgesteld.
  • De kans is groot dat virusresten gemeten worden en de renner niet ziek of besmettelijk is of zal worden. Het meermalen testen vermindert de kans op fout positieven niet aanzienlijk, omdat het goed mogelijk is om twee maal achter elkaar virusresten te meten.
  • Het zou goed zijn om de grenswaarden van de test aan te passen maar dat gebeurt niet.
  • Het gevolg is dat het beleid onvolledig en niet substantiair is. Het advies om naar buiten te gaan en te ventileren ontbreekt nog steeds volledig. De verplichting om buiten 1,5 m afstand te houden is totaal buitenproportioneel.
  • Door de veel te gevoelige test wordt veel angst gezaaid en moeten mensen onnodig in quarantaine.

Uitgebreide bespreking

Transmissie hoofdzakelijk door de lucht

Vanaf 26 minuten in de aflevering zegt ze: “De risico’s buiten [om een coronabesmetting op te lopen] zijn echt heel veel kleiner dan binnen. Het coronavirus is vooral een infectie die wordt overgedragen wanneer mensen langdurig bijeen zitten in binnenruimtes.”

Wat maakt binnen zo anders dan buiten? Worden virusdeeltjes in grote druppels buiten blitssnel door zonlicht en temperatuur onschadelijk gemaakt terwijl ze overspringen van de ene mens op de ander? Nee? Zou het kunnen dat grote druppels toch niet zo’n doorslaggevende rol spelen als RIVM voortdurend beweert en dat microdruppels niet zo’n verwaarloosbare rol als RIVM voortdurend beweert?

Waarom maakt de duur van het contact, specifiek binnen, zoveel uit? Zou het kunnen dat dan steeds meer besmettelijke microdruppeltjes in de lucht zweven (verrijking)? Dat deze vervolgens geruime tijd ingeademd worden zodat je alsnog veel virus binnenkrijgt? Dat microdruppeltjes in tegenstelling tot grote druppels rechtstreeks door kunnen dringen naar de longen? Dat dus een veel lagere dosis nodig is om ziek te worden?

Als het grootste risico vooral binnen is, zou het dan geen goed advies zijn om zoveel mogelijk naar buiten te gaan?

Als het probleem is dat besmette microdruppeltjes zich opstapelen, hoort ventilatie dan niet voortdurend benadrukt te worden? Zeker omdat RIVM zelf aangeeft dat influenza airborne is1 en ze in hun eigen folder over griep- en verkoudheidsvirussen prominent het belang van goed ventileren benadrukken?

Dr. Bruijing geeft het antwoord zelf al: “Sowieso is de overdracht van het virus vooral via besmette lucht van een ander die jij inademt.” Hoofdzakelijk airborne overdracht dus.

Om misverstanden te voorkomen: dit is dus geen kritiek op dr. Bruijning. Ze heeft volgens mij volledig gelijk en ik waardeer dat ze dit zo openlijk verkondigt.

Mijn kritiek is op de door RIVM geadviseerde voorzorgsmaatregelen die al vanaf het begin onvolledig en niet substantiair zijn. Onvolledig: er is geen advies om activiteiten naar buiten te verplaatsen en te ventileren, terwijl dát juist essentieel is.

Niet substantiair: buiten moeten we op straffe van een geldboete en aantekening in je strafblad 1,5 m afstand houden, terwijl het besmettingsrisico daar juist vele malen lager is. Om het nog gekker te maken zijn buiten op bepaalde plekken ook nog eens mondkapjes verplicht (geweest)?

Mijn kritiek is nog meer dat het beleid niet verbeterd wordt.

Hetgeen nu verteld wordt is geen nieuwe informatie. Zo geeft het Engelse RIVM (Public Health England) aan dat SARS-1 en MERS (ook coronavirussen) airborne zijn. We weten al minimaal sinds 1773 dat besmetting van luchtweginfecties vooral binnen plaatsvindt. Het is dan ook geen rare aanname dat corona airborne is. Het is juist heel raar om aan te nemen dat corona niet airborne is.

Zelfs als het wel nieuwe informatie was, dan nog had ventilatie vanaf het begin geadviseerd moeten worden vanwege het voorzorgsprincipe. Dat ventileren (bij mild weer) weinig nadelen en risico’s heeft, maakt dit nog meer het geval.

Testbeleid toont besmettelijkheid slecht aan

Dr. Bruijing zegt:

“Ik maak me vooral zorgen om de testen die er positief uit gaan komen maar die eigenlijk niet wijzen op een besmetting die relevant is. [Men wil vookomen] dat er … renners in die bubbel zitten die besmettelijk zijn voor anderen. Dat is wat je probeert te voorkomen. Maar de test die ze gebruiken is heel gevoelig.

Als jij een coronavirus infectie hebt gehad, dan kan je nog best wel lang wat resten van het virus, wat genetisch materiaal, uitscheiden. Dus het kan zijn dat jij bijvoorbeeld 3 of 4 weken geleden zo’n infectie hebt gehad maar dat je wel nog positief op zo’n test scoort. Maar dat is eigenlijk helemaal niet meer relevant.

Zo’n test is ook niet 100% betrouwbaar, dus je kunt altijd de pech hebben dat zo’n test positief uitvalt terwijl jij die infectie helemaal niet hebt. … De test zoals die nu is, is eigenlijk niet ontwikkeld om hem op deze manier in te zetten. Dus krijg je dat er heel veel aan opgehangen wordt terwijl je je eigenlijk moet afvragen of dat helemaal terecht is. …

De test is in feite een beetje te streng voor dit doel omdat je eigenlijk alleen maar geïnteresseerd bent om mensen die besmettelijk zijn voor anderen er tussenuit te kunnen vissen. Voor zover ik heb begrepen wordt daar helemaal niet naar gekeken. Ze kijken alleen maar naar positief of negatief , maar ze kijken bijvoorbeeld niet naar de hoeveelheid virus die in het monster zit.”

Het zou volgens Bruijing beter zijn om andere grenswaarden te stellen, waarbij veel meer virus in het monster aanwezig dient te zijn voordat je een test positief verklaart.

(Zie ook Waar een positieve coronatest op kan wijzen en Coronatesten zijn te gevoelig als besmettelijkheid bepalen het doel is.)

Ze benadrukt dat een tweede positieve test de kans op fout positieve uitslagen (voor het doel om besmettelijkheid te bepalen), niet echt vermindert. Wie lang geleden een besmetting heeft gehad, zal twee keer positief testen waarbij twee maal virusresten gevonden worden. In beide gevallen is de renner niet besmettelijk.

Voetnoten

[1] Zie de influenza van richtlijn van RIVM waar bovenaan staat: “Besmettingsweg: aerogeen”.