Viroloog Ab Osterhaus realiseert zich donders goed hoe belangrijk de virusload is

Dit korte fragment toont het moment in 2009 dat viroloog Ab Osterhaus en zijn team horen dat de eerste patiënt in Nederland, een kind dat teruggekomen is uit Mexico, positief getest is op het influenza A virus. Vervolgens drinken ze met zijn allen whiskey om deze ‘heuglijke’ gebeurtenis te vieren.

Ze zijn dolblij dat ze naar verwachting flink wat vaccins zullen verkopen. Dat blijkt even later ook, want het Nederlandse ministerie van Volkgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft 34 miljoen doses besteld.

Er kunnen allerlei dingen over dit fragment gezegd worden, maar hier wil ik me graag beperken tot hun onderlinge communicatie over de PCR uitslag. De medewerkster die aankondigt dat de test positief is uitgevallen, zegt er ogenblikkelijk bij dat de Ct-waarde 20,7 was. (Dat betekent dat er 20,7 verdubbelingen nodig waren voordat er voldoende genetisch materiaal was om boven de signaalwaarde uit te komen.) “We hebben een PCR matrix gedaan, influenza A matrix, die is positief, Ct 20,7.”

NB: Hoe meer verdubbelingen nodig zijn, hoe minder genetisch materiaal er in het monster zat.

Even later geeft Osterhaus telefonisch aan iemand door dat het resultaat “knetterpositief” is.

NB: Het resultaat is inderdaad “knetterpositief”. Uit onderzoek dat ik onlangs presenteerde blijkt dat bij een Ct-waarde rond de 20,7, de kans om ‘levend’ virus te vinden zo’n 85% is. Dat onderzoek betreft corona, maar het is aannemelijk dat het bij influenza A net zo is.

De virusload is een essentieel resultaat van de PCR test

Experts realiseren zich donders goed dat de virusload, oftewel de hoeveelheid specifiek genetisch materiaal in het monster, een cruciale waarde van de uitslag is. Als je een test doet voor derden, hoort de virusload er absoluut bij vermeld te worden. Hoe minder genetisch materiaal er gevonden is, hoe kleiner de kans dat de uitslag klinisch juist is en iemand ziek en/of besmettelijk is.

Op dit moment wordt de wereld geteisterd door een PCR test die (onder andere) veel en veel te gevoelig ingesteld staat, oftewel er worden veel teveel verdubbelingen gedaan. Daardoor is de kans om virusresten (dus klinisch foute positieven) te vinden, enorm. Marion Koopmans bevestigde dit afgelopen week ook.

Om het nog erger te maken wordt de virusload niet doorgegeven, dus degene die het resultaat ontvangt heeft ruimschoots onvoldoende informatie om hem te kunnen interpreteren.

Welke intentie hebben de experts?

Als de experts het beste met anderen voor hebben, waarom geven ze de virusload dan niet door? Ze weten dat het essentieel is en hoeven er geen extra werk voor te doen, want dat komt uit de test. Als ze weten dat teveel verdubbelingen de uitslag alleen maar slechter maken, waarom doen ze er dan zoveel?

Omgekeerd: als de experts de virusload niet doorgeven terwijl het geen extra moeite kost, hebben ze dan wel het beste met anderen voor? Als ze zoveel verdubbelingen voorschrijven, willen ze dan een zo goed mogelijk klinisch testresultaat of willen ze paniek zaaien?

De PCR test zoals die nu gebruikt wordt, is een extreem slecht diagnostisch gereedschap, maar een extreem goed gereedschap om angst en paniek te zaaien.

Nawoord

Ik kan me heel goed voorstellen dat je blij bent als je een opdracht krijgt. Ik weet hoe dat voelt, aangezien ik zelf uit het bedrijfsleven kom.

We moeten ons terdege realiseren dat degenen die gelieerd zijn aan de farmaceutische industrie, tegenstrijdige belangen hebben dan het volk. Hoe zieker en banger het volk is, hoe meer vraag er naar de producten van de farmaceutische industrie is.

De farmaceutische industrie heeft er dus baat bij dat het volk ziek en bang is. Aangezien de belangen zo gigantisch zijn, zullen ze er niet voor terugdeinzen om de angst doelbewust aan te wakkeren.

Angst verzwakt het immuunsysteem. Een verzwakt immuunsysteem leidt tot meer besmettingen en ziekte. Meer besmettingen en ziekte leiden tot meer verkochte farmaceutische producten. Meer verkochte farmaceutische producten leiden tot meer winst voor de farmaceutische industrie.

Onderzoek Erasmus MC: Corona kan ook door de lucht overgedragen worden tussen fretten

Goede nieuwe onderzoekspublicatie in Nature over de overdracht van het nieuwe coronavirus tussen fretten door Erasmus MC met prof. Marion Koopmans als mede-auteur. Bij een besmette fret (‘donor’) werd een niet-besmette fret in dezelfde kooi geplaatst (‘directe ontvanger’) en nog een niet-besmette fret in een aparte kooi op 10 cm afstand (‘indirecte ontvanger’). Luchtstroom vond plaats in de richting van de indirecte ontvanger. Uitkomst: 4 van de 4 directe ontvangers en 3 van de 4 indirecte ontvangers raakten besmet.

Overdracht van het virus

Dit onderzoek toont aan dat corona efficiënt door de lucht overgedragen wordt over een korte afstand. Omdat de kooien slechts 10 cm uit elkaar stonden, kan niet afgeleid worden of het hier nou om de grote druppels gaat of de microdruppels. Het is wel cruciaal om dit te weten, want in het eerste geval is 1,5 m afstand houden voldoende en in het tweede geval niet. Als het experiment herhaald wordt met met de kooien op een grotere afstand dan 1,5 m, weten we niet alles maar wel een stuk meer. (Bedenk dat naast hoesten en niezen, het vooral zingen, juichen, hard praten en intens sporten zijn waar veel microdruppeltjes uitgestoten worden.) Hopelijk wordt daar momenteel aan gewerkt en wordt het resultaat op korte termijn gepubliceerd.

De directe ontvanger kan niet alleen besmet zijn geraakt via (1) direct contact, (2) grote druppels, (3) microdruppels of (4) oppervlak (fomite), maar ook via (5) ontlasting (fecal-oral route).

Immuniteit

Bemoedigend nieuws is dat bij alle fretten die besmet zijn geraakt, na 21 dagen antistoffen in het bloed zijn gevonden (seroconversion). Ik heb begrepen dat antistoffen de krachtigste vorm van immuniteit vormen. De afwezigheid van antistoffen is niet per se een slecht teken (omdat andere delen van het immuunsysteem, waaronder T-cellen, ons ook beschermen), maar de aanwezigheid van antistoffen is wel een bemoedigend signaal voor verhoogde immuniteit bij toekomstige blootstelling.

NB: De afwezigheid van antilichamen wil ook niet zeggen dat je nooit besmet bent geweest. Het kan namelijk zijn dat eerdere linies van het immuunsysteem het virus al bestreden hebben voordat antilichamen aangemaakt hoefden te worden.

Het is onwaarschijnlijk dat fretten die eenmaal COVID-19 hebben gehad, het nogmaals krijgen of in ieder geval niet nogmaals ernstig ziek worden. Na verloop van tijd nemen de antistoffen in het bloed af, maar dat wil niet per se zeggen dat de immuniteit volledig verdwenen is, omdat het immuunsysteem zich het virus nog wel herinnert en in de toekomst veel sneller reageert dan bij de allereerste blootstelling.

Update 16 augustus 2020: In dit artikel van het Algemeen Dagblad wordt aangekondigd dat er een vervolgonderzoek komt.

Of de overdracht bij het coronavirus door de lucht plaatsvindt via druppels, aerosolen of door beide weten de Rotterdamse onderzoekers nog niet. ,,In vervolgstudies zullen we daarom nader gaan onderzoeken of overdracht via de lucht ook over grotere afstand, en dus alleen via aerosolen, mogelijk is.”

Gezien de huidige crisis (die overigens voor het overgrote deel door onze reactie op het virus komt, niet door het virus zelf), duurt het allemaal veel en veel te lang.

Ik zou graag een onderzoek zien zoals ik hier beschreef. Zet twee groepen fretten (de ene besmet, de andere niet) gescheiden van elkaar in een ruimte. Plaats spatschermen zodat overdracht alleen door de lucht kan. Als de ontvangers besmet raken, weten we dat het door de lucht gebeurd is. We hebben het resultaat binnen een week. De publicatie hoeft geen perfect uitgewerkt wetenschappelijk artikel te zijn. Een simpele blog post met de uitkomst is voldoende.

Waar een wil is, is een weg. Waar geen weg is, is onvoldoende wil. Onvoldoende wil is in deze omstandigheden onacceptabel.